Een arbeidscontract lezen
Drie clausules bepalen het meeste: proeftijd, concurrentiebeding en de opzegtermijn.
Wat te controleren
| Onderdeel | Waar op te letten |
|---|---|
| Proeftijd | Maximaal een maand bij een contract tot twee jaar, twee maanden daarboven; niet bij een contract van zes maanden of korter |
| Opzegtermijn | Voor de werknemer standaard een maand; een langere termijn betekent een dubbele termijn voor de werkgever |
| Concurrentiebeding | Bij een tijdelijk contract alleen geldig met een schriftelijke motivering van het zwaarwegende belang |
| Studiekostenbeding | Niet toegestaan voor opleidingen die de werkgever verplicht moet aanbieden |
| Wijzigingsbeding | Geeft de werkgever ruimte om voorwaarden aan te passen, maar niet onbeperkt |
De cao
Een cao gaat voor op het contract wanneer die gunstiger is. Bij een algemeen verbindend verklaarde cao geldt die ook zonder lidmaatschap van een vakbond. Controleren welke cao van toepassing is, is daarom de eerste stap.
Vast na tijdelijk
Na drie tijdelijke contracten of na drie jaar ontstaat in beginsel een vast dienstverband, tenzij er een onderbreking van meer dan zes maanden tussen zit. In een cao kan hiervan worden afgeweken.
Vakantie
Wettelijke vakantiedagen vervallen zes maanden na het jaar waarin ze zijn opgebouwd, bovenwettelijke dagen pas na vijf jaar. Dat onderscheid staat zelden in het contract maar bepaalt wel wat er overblijft.